Wanneer is een afschuifknikcontrole vereist per EN 1993-1-5?
EN 1993-1-5 §5.1(2) vereist een afschuifknikcontrole als h_w/t_w > 72ε/η, met ε = √(235/f_y) en η = 1,20 voor S235–S355 (of conservatief 1,00). Voor S355 is de drempelwaarde circa 58,6, dus de meeste plaatliggerlijven vereisen een controle.
Wat is het verschil tussen een stijfe en niet-stijfe eindsteun?
Een stijfe eindsteun (Tabel 5.1, kolom 1) bestaat uit een dragende dwarse verstijver gecombineerd met een aanvullende binnenverstijver nabij de oplegging, waardoor het trekveldsanker volledig kan activeren. Een niet-stijve eindsteun (kolom 2) is een enkele verstijver en geeft minder verankering.
Hoe wordt de flenscontributie V_bf,Rd berekend?
De flenscontributie per vgl.5.8 is V_bf,Rd = b_f·t_f²·f_yf / (c·γ_M1), met c = (a/2)·√(1−(M_Ed/M_f,Rd)²) per vgl.5.9. Als M_Ed ≥ M_f,Rd zijn de flenzen volledig benut door buiging en is V_bf,Rd = 0.
Wat is de M-V interactiecontrole in §7.1?
Bij gelijktijdig hoog moment en hoge dwarskracht vereist EN 1993-1-5 §7.1 vgl.7.1: (2·V_Ed/V_b,Rd − 1)² + M_Ed/M_pl,Rd ≤ 1. De controle geldt alleen als V_Ed > 0,5·V_b,Rd.
Hoe wordt k_τ berekend voor dwars verstijfde panelen?
Per EN 1993-1-5 Bijlage A.3: voor lange panelen (α ≥ 1) k_τ = 4,00 + 5,34/α²; voor korte panelen (α < 1) k_τ = 5,34 + 4,00/α². Een onverstijfd lijf gebruikt k_τ = 5,34.
Wat is de bovengrens voor V_b,Rd?
Vgl.5.1 begrenst V_b,Rd op η·f_yw·h_w·t_w/(√3·γ_M1). Dit voorkomt dat V_bf,Rd het totaal boven de plastische afschuifweerstand van het lijf brengt.