Wanneer wordt een plaatliggerlijf geclassificeerd als Klasse 4?
Per EN 1993-1-1 Tabel 5.2 is een lijf onder zuivere buiging Klasse 3 als h_w/t_w ≤ 124ε. Wordt deze grens overschreden, dan is het Klasse 4 en is een effectieve doorsnede vereist. Voor S355 bedraagt de Klasse 3 grens circa 101.
Hoe wordt de effectieve doorsnede voor een Klasse 4 lijf berekend?
EN 1993-1-5 §4 gebruikt λ̄_p = (h_w/t_w)/(28.4·ε·√k_σ) met k_σ = 23.9 voor een intern element onder zuivere buiging. Reductiefactor ρ = (λ̄_p − 0,22)/λ̄_p² voor λ̄_p > 0,673, effectieve breedte b_eff = ρ·h_w, verdeeld 40%/60% vanuit de gedrukte rand.
Wat is de flens-geïnduceerde knikcontrole van §8.1?
EN 1993-1-5 §8.1 begrenst de lijfslankheid: h_w/t_w ≤ k·(E/f_yf)·√(A_fc/A_w), met k = 0,55 voor Klasse 4 doorsneden. Dit voorkomt dat de gedrukte flens het lijf uit het vlak buigt.
Hoe wordt de dwarse verstijver gecontroleerd per §9.1?
Elke dwarse verstijver moet een minimum traagheidsmoment hebben (vgl.9.1): I_st ≥ 0,75·h_w·t_w³ voor a/h_w ≥ √2, of 1,5·h_w³·t_w³/a² voor kortere afstanden. De effectieve verstijverdoorsnede wordt vervolgens gecontroleerd op kolomknik (knik curve c).
Wat is de M-V interactiecontrole van §7.1?
Bij V_Ed > 0,5·V_b,Rd vereist EN 1993-1-5 §7.1 vgl.7.1: (2·V_Ed/V_b,Rd − 1)² + M_Ed/M_pl,Rd ≤ 1.
Welke partiële factoren gelden voor EN 1993-1-5 ontwerp?
EN 1993-1-1 §6.1: γ_M0 = 1,00 en γ_M1 = 1,10. De Nederlandse NA (NEN-EN) en Duitse NA (DIN-EN) gebruiken beide γ_M1 = 1,10.